Waar ging de zaak over?
De gemeente Maashorst heeft op 10 februari 2026 een omgevingsvergunning verleend aan het COA, om een tijdelijk asielzoekerscentrum te realiseren en gebruiken aan de Boekelsedijk in Uden. Die omgevingsvergunning werd verleend in afwijking van de geldende regels in het omgevingsplan. In zo’n geval moet de gemeente toetsen aan alle relevante aspecten van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Wat besloot de gemeente?
Een van de relevante aspecten bij zo’n vergunning is verkeer en parkeren. Het nieuwe AZC zou namelijk leiden tot meer verkeer over de Boekelsedijk en dat moet natuurlijk wel veilig kunnen. Daarnaast zou dat extra verkeer ergens moeten parkeren. Voor het antwoord op de vraag met hoeveel extra verkeer en dus parkeerplaatsen rekening gehouden moest worden, had de aanvrager van de omgevingsvergunning (het COA) haar vaste adviseur Witteveen+Bos gevraagd om dat te berekenen. Die berekening werd gemaakt met een rekenmodel dat door Witteveen+Bos zelf is gemaakt op basis van eigen informatie en informatie van het COA, over andere asielzoekerscentra in het land. Op basis van die berekening werd een minimaal aantal parkeerplaatsen noodzakelijk gevonden om parkeeroverlast in de buurt te voorkomen. De gemeente nam die berekening over en verleende de omgevingsvergunning op basis daarvan.
Wat ging er mis?
Namens meerdere omwonenden heb ik tegen de omgevingsvergunning beroep ingesteld bij de rechtbank Oost-Brabant. Daarbij heb ik onder andere betoogd dat de gemeente de omgevingsvergunning niet zomaar kon verlenen onder verwijzing naar de berekening van Witteveen+Bos, omdat de informatie over andere asielzoekerscentra waarmee het rekenmodel is gemaakt niet openbaar bekend is. Wij konden dus niet (laten) controleren, of de rekensom wel klopte. Daarnaast was onduidelijk of de informatie nog wel actueel was, omdat de asielketen de afgelopen jaren steeds meer onder druk is komen te staan. De rechtbank Oost-Brabant volgde dat betoog in haar tussenuitspraak van 21 september 2026 en overwoog daarover het volgende:
Tussen partijen is niet in geschil dat sommige statushouders beschikken over een auto en ook de rechtbank gaat daar van uit. Hoeveel dit er zijn, weet de rechtbank niet. Ook de rekentool van de deskundige biedt geen duidelijkheid. De rekentool van de deskundige van het COA is naar het oordeel van de rechtbank niet inzichtelijk. Daarom is ook niet inzichtelijk of bekend of bij de berekening van de verkeersgeneratie als gevolg van de komst van het AZC auto’s van statushouders zijn betrokken. De rechtbank neemt hierbij ook in aanmerking dat de rekentool kennelijk al sinds 2019 wordt gehanteerd. Het is de rechtbank niet bekend of destijds meer of minder statushouders verbleven op AZC’s of dat de rekentool nadien is geactualiseerd. Hoewel de rekentool is opgesteld door een deskundige, is het de rechtbank niet bekend welke gegevens zijn gebruikt voor de berekeningen. Daarom kan de rechtbank het aantal verkeersbewegingen niet controleren en niet uitsluiten dat er meer dan 70 verkeersbewegingen van en naar de locatie zullen zijn. De rechtbank kan ook niet inschatten of dit een probleem is voor de verkeersveiligheid op de Boekelsedijk. Het is de taak van het college om hier inzicht in te bieden en hierover een standpunt in te nemen.
Kortom, eerst de feiten, dan het recht. Dat lijkt misschien voor de hand te liggen, maar meerdere andere rechtbank hebben tot voor kort de berekeningen die door Witteveen+Bos werden gemaakt met haar rekentool wél zonder nader onderzoek overgenomen. Bijvoorbeeld de rechtbank Den Haag overwoog in haar uitspraak van 19 november 2025 nog letterlijk:
Niet in geschil is dat de gemeentelijke parkeernota niet voorziet in een passende parkeernorm voor een AZC en dat die ook niet kan worden ontleend aan richtlijnen van het CROW. Onder die omstandigheden ziet de voorzieningenrechter niet in dat voor het berekenen van de parkeerbehoefte geen gebruik zou kunnen worden gemaakt van ervaringscijfers van het COA. De rekentool die Witteveen+Bos gebruikt voor het vaststellen van vervoersbewegingen bij opvanglocaties van het COA is gebaseerd op tellingen van vervoersbewegingen en wordt regelmatig herijkt. Dat verzoekers geen kennis hebben kunnen nemen van deze rekentool, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat het college zich niet mocht baseren op de aan de hand daarvan vastgestelde parkeerbehoefte.
Precies dezelfde rekentool, precies hetzelfde betoog, hele andere beoordeling van de feiten.
Juist om die reden is het zo belangrijk om in elke zaak opnieuw, ongeacht wat sommige rechtbanken misschien al eerder hebben geoordeeld, nieuwsgierig te blijven naar de feiten.
Heeft u ook een juridisch vraagstuk waar u een nieuwsgierige advocaat bij nodig heeft? Neem gerust contact op. Geef u ons de feiten, dan geven wij u het recht.